Onafhankelijk veiligheidsbeambte: ‘goalkeeper’ van een veilige tunnel

0009_VB-20201202-5714-Hans-Janssens-scaled-e1614087350810-800x480

Foto: Vincent Basler

Ongeveer 20 jaar geleden vonden er in verkeerstunnels van de Alpen enkele ernstige ongelukken plaats. Als reactie daarop werd Europese en Nederlandse wetgeving opgesteld, met als onderwerp: tunnelveiligheid. De regels uit deze wetten gelden ook voor de Corbulotunnel. Aan onafhankelijk veiligheidsbeambte Hans Janssens de taak om erop toe te zien dat ze worden toegepast.

De tunnelrampen in de Alpen leidden tot wetgeving. Daaruit kwam de landelijke tunnelstandaard voort. In opdracht van Rijkswaterstaat werkte Hans Janssens daaraan mee. Daarnaast heeft hij veel ‘tunnelervaring’ opgedaan, onder meer bij de Koning Willem-Alexandertunnel in Maastricht en bij de renovatie van de Rotterdamse Maastunnel.

Je bent onafhankelijk veiligheidsbeambte. Wat wordt bedoeld met ‘onafhankelijk’?

“Mijn rol is omschreven in de tunnelwetgeving. Ik zie toe op de veiligheid van de weggebruikers in de tunnel. Met het woord ‘onafhankelijk’ wordt bedoeld: onafhankelijk van budget en planning. Mijn verantwoordelijkheid is niet hoe duur de tunnel is en wanneer hij open gaat. Mijn verantwoordelijkheid is wel het bewaken van de veiligheid. Ik adviseer hierover de Tunnelbeheerder. Die is eindverantwoordelijk voor een aantoonbaar veilige tunnel.”

Waarom is het belangrijk dat de Corbulotunnel een onafhankelijke veiligheidsbeambte heeft?

“Als dat niet zo was, zou het kunnen dat kosten en planning de overhand krijgen. Dan ga je misschien toegeven op de veiligheid omdat bepaalde veiligheidsmaatregelen te duur zijn of omdat ze het project vertragen. Vanuit mijn rol kijk ik puur naar de veiligheid, zonder verdere belangen.”

Wat is er nodig voor een veilige tunnel?

“Het start met een veilig wegontwerp. Vervolgens heb je techniek nodig, in de vorm van bijvoorbeeld ventilatiesystemen, verlichting, vluchtdeuren, enzovoort. Daarnaast heb je een goede organisatie nodig die werkt volgens goede processen en procedures. En wat je daar weer voor nodig hebt, is een goed programma van opleiden, trainen en oefenen. Alle betrokkenen, zoals de mensen in de verkeerscentrale en de hulpdiensten, moeten weten wat ze moeten doen als er iets mis gaat. Dat moet voor de opening van de tunnel allemaal in orde zijn. Maar ook na de opening moet de veiligheid natuurlijk gegarandeerd blijven. Dus er zal altijd sprake zijn van onderhoud en inspecties en herhalingsoefeningen. Waar nodig zullen we altijd verbeteringen aanbrengen.”

Welke veiligheidsmaatregelen kent de Corbulotunnel?

“We redeneren vanuit drie zogeheten verdedigingslijnen. De eerste is zelfredzaamheid. Als er een incident is in de tunnel en de hulpdiensten zijn nog niet gearriveerd, dan moeten de weggebruikers zich zelf in veiligheid kunnen brengen. Daar hebben we bijvoorbeeld ventilatoren, vluchtdeuren en een omroepinstallatie voor. De tweede betreft de hulpdiensten. Die ondersteunen wij door hen een veilige en rookvrije werkplek te bieden in de andere tunnelbuis, waar het incident niet heeft plaatsgevonden. Dan kunnen ze van daaruit via de doorsteek verkennen en hulp verlenen. Ook zijn er faciliteiten zoals bluswateraansluitingen. De brandweer kan in de tunnel bijvoorbeeld 120 kuub water per uur gebruiken. Ter vergelijking: in een brandweerwagen zit doorgaans zo’n 4 kuub.”

En wat is de derde verdedigingslijn?

“Die noemen wij: escalatie voorkomen, klein houden wat klein is. We proberen het incident zoveel mogelijk te beperken. Dat begint met de toestroom van het verkeer direct naar nul terug te brengen, door het verkeer te stoppen. Dat voorkomt ook een tweede incident in de tunnel, bijvoorbeeld een kop-staart botsing. Dus we grijpen zo snel mogelijk maar gecontroleerd in. De snelheid van het verkeer wordt afgebouwd met matrixborden, daarna gaat het verkeerslicht op rood en de afsluitboom neer. Daarnaast zijn er handblussers en slanghaspels aanwezig om een eerste kleine brand te blussen. En bij ernstige incidenten drukt de verkeersleiding op de calamiteitenknop. Dan starten allerlei veiligheidssystemen op en worden de hulpdiensten opgeroepen.”

Waar houden jullie rekening mee?

“We hebben ongeveer vijftien scenario’s opgesteld, van een pechgeval en een afgevallen lading tot een kop-staartbotsing en een grote brand, al of niet met gevaarlijke stoffen. Daar zijn we straks allemaal op voorbereid.”

Hoe vind jij het om zo’n grote rol te spelen in dit geheel?

“Het is mooi en zinvol werk. Wat het bij de Corbulotunnel extra leuk maakt, is dat ik er vroegtijdig bij betrokken ben. Dat betekent dat ik al ongeveer vanaf het begin inzage kreeg in het ontwerp en de plannen. Daardoor kon ik al in een vroeg stadium mijn adviezen geven. Bijvoorbeeld over de vluchtdeuren. Conform de wet waren die op de minimale afstand van 250 meter ingetekend. Maar toen ik vroeg om een evacuatieberekening, kwamen we samen tot de conclusie dat er nog één extra nodig was. Als je daar pas achter komt tijdens de bouw, kost dat meer tijd en geld. Vroegtijdige betrokkenheid en open samenwerking werpen hun vruchten af.”