Einstein en programmeren in assetmanagement

Nieuwe-Assetmanagement-complexiteit-programmeren-shutterstock_766012597-720x480

Dit artikel gaat over complexiteit in assetmanagement.

In het boekje ‘Het Nieuwe Assetmanagement’ is een hoofdstuk over complexiteit opgenomen. De kern van het verhaal is het herkennen van het type vraagstuk waarmee je aan de slag gaat en daar de aanpak op afstemmen. Gelukkig is het leven complex en deze werkwijze te simpel, dus dit jaar staat in het teken van het uitdiepen van complexiteit in assetmanagement. Je voelt het al aankomen: dat gaat een volgend boekje worden. In de aanloopfase organiseren we een aantal denktank-avonden om complexiteit binnen assetmanagement verder te verkennen. De eerste avond is inmiddels achter de rug. Na afloop kunnen we concluderen dat het in het teken stond van Einstein en een typisch assetmanagementfenomeen: Programmeren (of beter gezegd: plannen). En dat zat als volgt in elkaar:

Complexiteit is alles wat Einstein niet kan uitrekenen

We begonnen met een verkenning van de vraag ‘Wat is complexiteit?’ Er zijn moeilijke definities beschikbaar, vage omschrijvingen en opsommingen van kenmerken, maar de mooiste samenvatting was deze: Complexiteit is alles wat Einstein niet kan uitrekenen. In een complexe omgeving heb je interacties tussen zogenaamde agents, alleen je kunt niet voorspellen hoe die interactie gaat uitpakken. Einstein was heel goed in voorspellen. Met behulp van formules berekende hij het effect van zaken als de witte biljartbal die de rode raakt. Echter, als er meer agents zijn die met elkaar contact hebben, dan wordt dat voorspellen steeds moeilijker. Totdat er ontelbaar veel agents zijn en dan lukt het ineens weer wel. We kunnen van een losse watermolecuul of een losse luchtmolecuul niet voorspellen hoe die zich gaat gedragen. Maar als we ze als een grote luchtmassa, of watermassa bekijken, dan zijn we wel in staat om er iets zinnigs over te zeggen. Dat is de wijze waarop weersvoorspellingen tot stand komen en hydraulische berekeningen worden gemaakt. De twee uitersten op de lijn van interactie kunnen we dus (redelijk) goed inschatten. Het is echter het middengebied waar het lastig werken is. Vandaar de stelling dat complexiteit alles is wat Einstein niet kan uitrekenen. Precies dit gebied is het werkveld van complexity science.

Programmeren is een complexe opgave

Tijdens de denktankavond gingen we op zoek naar werkzaamheden binnen assetmanagement die complex zijn. Zo kwam het onderwerp ‘programmeren’ op tafel, met het verhaal van een organisatie die een methode heeft bedacht om zo transparant mogelijk te programmeren. Maar oh wat een ergernis. Is er eenmaal een programma, dan moet het telkens worden bijgesteld als gevolg van zij-inschieters (wat een geweldig woord is dat trouwens). Denk aan inspectiegegevens die bij nader inzien anders worden geïnterpreteerd, aan nieuwe belangen, aan politieke keuzen, afstemming op andere werkzaamheden, juridische uitspraken, etc. Maar hoe de methode ook wordt verfijnd, het lukt maar niet om grip op de planning te krijgen. Zie hier een schoolvoorbeeld van complexiteit in assetmanagement.

Het spook van de Black Box

Wat nu als we door de bril van complexiteit naar het programmeren kijken? We hebben al gemerkt dat het niet mogelijk is om een stabiel langjarig programma op te stellen, want er zijn teveel variabelen om rekening mee te houden. Dit leidt tot onverwachte gebeurtenissen. We zouden deze gebeurtenissen ook als uitgangspunt kunnen hanteren, maar dan komt het spook van de Black Box om de hoek kijken. Dat is dat moment waarop de eigenaar geïrriteerd zegt dat hij geen grip heeft wat er allemaal komt kijken bij het beheer en zich telkens voor een voldongen feit voelt staan: ‘Er moet meer transparantie, onderbouwing en verantwoording komen’. Een stabiele planning lukt niet. Een black box mag niet. Wat dan wel? Gebruik maken van de wet van de grote aantallen.

Wet van de grote aantallen

Net als het modelleren van luchtstromingen is het mogelijk om een goede indicatie van de langjarige onderhoudskosten te berekenen, inclusief de kosten voor de zij-invliegers, zolang het maar over veel assets gaat. Het is alleen niet mogelijk om de kosten per afzonderlijke asset in beeld te brengen, omdat die zij-inschieters nog gaan komen. De eigenaar stuurt op de jaarlijkse totale som aan kosten in combinatie met de doelen van de organisatie. De assetmanager voert zijn taak uit op basis van de assetmanagementprincipes en -processen, waarbij het budget een randvoorwaarde is. Het proces van inspecteren en maatregelen bepalen blijft overeind. Alleen de manier van plannen wordt anders. Er wordt niet meer gewerkt met een statische meerjarenplanning, maar met behulp van adaptief plannen (een werkwijze die bij complexe opgaven hoort). Bij het adaptief plannen, past ook een andere manier van kijken. Aanpassingen zijn niet vervelend, maar aanpassingen zijn een wezenlijk onderdeel om ons werk goed uit te kunnen voeren. Sterker nog, dat maakt het werk juist leuk. Passen, meten, inspelen op nieuwe informatie, verenigen van belangen, zorgen dat de stad bereikbaar blijft, etc. Nu laat je als assetmanager echt je waarde zien.

Zie hier het resultaat van één denktankavond. Binnenkort meer over complexiteit in assetmanagement.


Wil je meer weten over de andere HNAM blogs? Lees deze hier.